Vrij+

10 juli 2022
tekst: Erwin Hagen; foto: Mel Boas

Eind oktober 2018 schreef ik in het ZeisterMagazine over de regenboogalliantie. Ik suggereerde toen aan het einde van mijn stukje een Roze Zaterdag in Zeist. Als voormalig welzijnsdirecteur bij MeanderOmnium voelde ook ik mij aangesproken door de onvoldoende die het COC had uitgedeeld aan de gemeente Zeist. Er was volgens deze belangenorganisatie voor de LHBTIQ+ gemeenschap te weinig beleidsmatig en inhoudelijk gevolg gegeven aan de politieke intenties die voor de verkiezingen waren uitgesproken door de meeste politieke partijen. Met een aantal organisaties, ambtenaren en inwoners is uiteindelijk de regenboogagenda opgesteld en die agenda wordt door wethouder Laura Hoogstraten ook uitgevoerd. Een symbolisch resultaat daarvan is het Regenboog-zebrapad op de hoek van de Slotlaan en de Korte Steynlaan.
En dat is goed, denk ik. Een zichtbaar symbool dat aangeeft dat ‘anders’ zijn normaal is en ons daaraan dus herinnerd. Een symbool ter bewustwording.

Echter, de afgelopen jaren merk ik dat ik moeite krijg met de aanduiding ‘LHBTIQ+’.

Mijn tante, getrouwd met de broer van mijn vader, was Peter Jaspers. Zij was schrijfster. Ik heb haar nooit gekend; ze overleed in maart 1964 op 46 jarige leeftijd, twee maanden voor mijn geboorte. Geboren als Petronella, maar ze koos er blijkbaar voor om een mannennaam genderneutraal te maken. In haar tijd was zij beroemd. Ze schreef boeken, kinderboeken en hoorspelen. Voor de jongeren onder ons: een hoorspel is een soort podcast, maar dan niet op je iPad, maar op de radio.

In 1960 schreef zij het boek “Het elfde gebod”, met als subtitel “Gij zult niet anders zijn dan alle anderen”. Het gaat over een bekrompen dorpsgemeenschap, waarin een meisje liefde opvat voor een ander meisje. Ik citeer uit een van de recensies van destijds: “Zij is in haar werken een onvermoeide strijdster voor begrip en tolerantie en in haar jongste boek pleit zij voor aanvaarding van de homofiele mens”.

Toen ik onlangs voor het eerst het boek ging lezen zag ik in het begin van het boek al de zin: “Ik vond het altijd al raar dat ze mij een meisje noemden. Ik voelde dat ik een jongen was.”

In het boek komen personages voor die lesbisch genoemd worden, of mannelijk homosexueel, maar blijkbaar allerlei mensen die zich ‘anders’ voelen dan de mainstream. Dus de aanduiding “homofiele mens” in die recensie vind ik eigenlijk denigrerend.

Ik begrijp heel goed dat het streven naar emancipatie als een soort slinger aan de maatschappelijke klok is. Die slinger moet een af en toe een stevige zwiep krijgen, en flink heen-en-weer zwaaien om uiteindelijk in het midden tot rust te komen.

Ik zou, in navolging van mijn schrijvende tante, ervoor willen pleiten dat we de aanduiding LHBTIQ+ veranderen in het streven naar de mogelijkheid voor iedereen om zich vrij en veilig te voelen, om een vrij mens te zijn. Op jouw manier. Anders dan de anderen. Vrij+.

Ik ben benieuwd of die Roze Zaterdag, of liever die ‘Vrij+ dag’, er nog eens gaat komen in Zeist…. Wie weet.
 

Bijdrage: 
Column: 

 


Erwin schreef eerder: 
Regenboog

Meer over genderneutraliteit:
Een boekenbon voor een man

Volgende column:
De waarde van onbevangenheid en creativiteit in de politiek

 

Voeg een reactie toe

Plain text

  • HTML tags zijn niet toegestaan.
  • Website-adressen en emailadressen worden automatisch omgezet in een link.
  • Regels en paragrafen breken automatisch af.