Socrateslaan

1 september 2015
tekst: Arend Postma, foto: Kees Linnenbank

Het voorjaar lijkt hier meer aanwezig dan in de rest van Zeist als wij op Koningsdag vanuit Huis ter Heide door het Lyceumkwartier naar huis fietsen. Een onwerkelijke stilte, een tastbare vrede en vogels die helder achter heggen en langs oprijlanen van verscholen huizen hoorbaar zijn – dit is waar je het uiteindelijk allemaal voor doet.

Dit is de stilte en rust van het graf die ik voor ogen heb als ik een uitvaartverzekering met een assurantietussenpersoon aan het doornemen ben en uiteindelijk afsluit. Ik stel hem een paar existentiële vragen om het bestaan en de sterfelijkheid te doorgronden en dan moet hij vrij snel afhaken want hij is ook maar een verzekeringsagent. Ik vergeef het hem want financieel adviseur, wat het hoogst bereikbare in zijn metier is, is voor hem net te hoog gegrepen. Zijn integriteit staat voor mij buiten kijf en dus garant voor een zonnige crematie met toepasselijke muziek en een vrolijke afterparty met veel drank en bitterballen.
Aan de keukentafel nemen we nog een koffie terwijl ik van een zorgeloos overlijden droom – het leven is een monstrum waar het op deze manier minder moeilijk afscheid van nemen is.

Als wij via de Socrateslaan in de buurt van het pleintje Homerus-/Socrateslaan zijn, komt een onwerkelijk kermisachtig lawaai ons tegemoet. Dit verwacht je alleen maar in het Engelse Blackpool of Coney Island in New York met zijn reuzenraden en gillende bezoekers. Nu staan wij in dit oord van doorgaans doodse stilte oog in oog met een feest met de grandeur van een heuse kermis.
Hier begroeten keurig nette dames en heren uit het Lyceumkwartier met oranje oorlogskleuren op en met een glas wijn of bier in de hand elkaar buitengewoon enthousiast – drank maakt meer los dan de aangeboren beleefdheid aankan. Vrijheden die men zich veroorloofd heeft, worden de volgende dag niet meer herinnerd.   
Ik ben gepokt en gemazeld door dorpsfeesten in de door inteelt en benauwdheid doordrenkte dorpen in het verre Friesland – de oorsprong van die feesten was voor de meesten niet belangrijk want enkel het feest met al zijn bijbehorende uitspattingen waar men weer een jaar op teren kon telde. Waar het carnaval onder de grote rivieren de naam heeft, gebeurde het allemaal in die verre onbekende oorden in het hoge noorden van Nederland.

Toen ik in 1974 voor het eerst Koninginnedag in Zeist meemaakte, was er nauwelijks nog sprake van een groot nationaal feest. Er was een muziektent in het Walkartpark waar de blaaskapel speelde terwijl een paar toehoorders in een miezerige regen applaudisseerden. 30 april was de dag dat de Koningin jarig was en daardoor was die dag in al zijn soberheid een instituut.

Na het pleintje Homerus-/Socrateslaan bevinden wij ons plotseling op een Oranje-kermis op het Julianaplein in Kerckebosch. Ook hier is men druk er zijn eigen feestje van te maken in een eigen omgeving. Als ik de trend goed begrijp zal Koningsdag zich de komende jaren meer in de wijken terugtrekken en zal het daar meer het karakter van een dorpsfeest krijgen. Hieruit wil ik niet concluderen dat het tot meer echtscheidingen zal leiden maar wel tot meer wederzijdse interesse – al is het maar voor een dag.     

 

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.