Skip to main content

Arthur Lehning

Schrijver, vertaler, econoom, historicus en anarchist Paul Arthur Lehning Müller, na 1940 vooral bekend als Arthur Lehning, die vanaf 1905 in Zeist woonde

Zeist heeft door de jaren heen veelzijdige inwoners gekend. Zo woonde de bekende anarchist Arthur Lehning vanaf 1905 in Zeist, waar hij bevriend raakte met de Zeister dichter Hendrik Marsman. Hij schreef zowel literaire als geschiedkundige werken, en in 1999 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor heel zijn oeuvre.

9 augustus 2026

tekst: Maarten Bos

Zeist kent verschillende schrijvers die een nauwe band hebben met het dorp. Ik noem bijvoorbeeld de onlangs overleden Marjan Berk, die in Zeist werd geboren of verder terug in het verleden de dichter Hendrik Marsman, Johan de Meester en Anne de Vries, de geestelijk vader van Bartje. Maar dit keer wil ik aandacht besteden aan de schrijver, vertaler, econoom, historicus en anarchist Paul Arthur Lehning Müller, na 1940 vooral bekend als Arthur Lehning.

Arthur Lehning werd in 1899 in Duitsland geboren, maar vanaf 1905 woonde hij in Zeist. Daar ging hij naar school bij de Hernhutters en ontwikkelde hij een vriendschap met de grote, in Zeist opgegroeide, dichter Hendrik Marsman. In 1954 publiceerde hij een boek over deze verstandhouding met Marsman.

Tijdschrift
Lehning schreef tussen 1927 en 1929 voor het tijdschrift i10 waar grote internationale namen als de Russische schilder Kandinsky, Piet Mondriaan en de architecten Le Corbusier en Gropius aan meewerkten. Hij onderhield als veel jonger iemand veelvuldig contact met deze befaamde personen. Een verdienste van Lehning.

Hij was in Spanje ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en enige tijd secretaris van de Internationale Arbeidersassociatie (IAA). Lehning was anarchist maar na zijn ervaringen in Spanje liet hij dat grotendeels achter zich. Communisten en anarchisten bevochten elkaar in Spanje immers op leven en dood. Bij Lehning leidde dit tot desillusie.

Instituut
Hij was in de jaren dertig ook een van de oprichters van het Instituut voor Sociale Geschiedenis. Hij schreef enkele literaire werken maar vooral geschiedkundige boeken (bijvoorbeeld over de anarchist Bakunin en over Marsman) en vele essays. In 1999 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor heel zijn oeuvre. Hij was toen al hoogbejaard. Deze belangrijkste literaire prijs binnen het Nederlandse taalgebied wordt wel vaker uitgereikt op hoge leeftijd. Andere voorbeelden daarvan vormen de Utrechtse schrijver A. Alberts en de joods-Nederlandse auteur Marga Minco.  

Lehning overleed in 2000, was honderd-plus en leefde in drie eeuwen. Hij was trouwens meer een verdienstelijk historicus dan een groot schrijftalent of denker. Hij ligt begraven in Frankrijk.

Marsman
Met Marsman had hij een hechte band, maar anders dan de vermaarde dichter ontwikkelde hij (al vroeg) een grote politieke interesse. Daardoor groeiden ze ook weer uit elkaar. Lehning heeft nooit iets onaardigs gezegd over de Hernhutters, maar feit is dat hij al op zeer jeugdige leeftijd weigerde de Konfirmation (belijdenis) van de Broedergemeente te ondergaan. Hij hield voet bij stuk, zelfs al deed hij zijn ouders er verdriet mee en lieten de Hernhutters speciaal iemand overkomen uit Duitsland om de jongeman van gedachten te doen veranderen. De kerk bleef hij altijd toch vooral zien als instituut om de mens te knevelen. Na de Eerste Wereldoorlog kon hij het voor vele schrijvers (Marsman, Johan de Meester) toch wel benauwende Zeist achter zich laten. Daarin leek hij dan weer wel op Marsman. 

Hoe anders verging het leven van Arthur's broer Hans Werner Müller-Lehning. De Utrechtse historicus Wim Berkelaar meldt hierover: "De broer bleef het nationalistische Duitse spoor volgen dat hij eerder met veel enthousiasme voor hemzelf en zijn jongere broer in hun jeugd had uitgezet. Met als consequentie dat hij als nationaalsocialist eindigde. Tijdens de oorlog was hij hoofd Commissariaat van Niet-Commerciële Verenigingen en Stichtingen en in die functie verantwoordelijk voor de gelijkschakeling en de leegroof van Joodse organisaties".

Loe de Jong
Geschiedschrijver Loe de Jong schreef over Hans Werner: "een carrièrist en opportunist die zich omhoog werkte, niet schroomde zijn ellenbogen te gebruiken en daardoor ook bij de nazi's zelf niet goed lag. Toen de Sicherheitspolizei verboden uitvaardigde ging zijn Commissariaat met succes over op liquidatie. Men zou kunnen zeggen dat Müller-Lehning de hyena werd van het politieke slagveld: wat daar aan kadavers kwam te liggen, werd door hem aan stukken gescheurd".

Berkelaar: "Hoe dacht Arthur Lehning over deze broer, die na de Duitse nederlaag in mei 1945 zelfmoord pleegde? Het enige zichtbare teken van verwijdering is dat hij de naam Müller na de oorlog niet meer zou gebruiken. Maar van een terugblik op het leven van zijn broer is mij niets bekend. Wellicht wilde Lehning niet meer aan hem herinnerd worden, begrijpelijk in de naoorlogse jaren waarin iedere associatie met het nazisme – hoe onverdacht iemand zelf ook was – liefst vermeden werd. Maar voor een goed begrip van zijn leven zal ook deze foute broer, die van grote invloed was op de eerste twintig jaar van Lehnings leven, een plaats moeten krijgen in zijn biografie".

foto: Literatuurmuseum
 

Bijdrage

 


Meer over Arthur Lehning: 
Het Bittere Kruid speelt deels in Zeist


Maarten schreef eerder: 
Tucht en verheffing in Eikenstein

Een met verf beschilderde rok


Volgende aankondiging: 
Wilde Rokken, Wilde Levens

 

Comments

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.