Boodschappenleed

1 november 2017
Tekst: Ruud Vermaase

Ik zie hem secuur alle pakken met crackers bekijken, alvorens hij er eentje voorzichtig in zijn winkelkarretje legt. ‘’Wat ben je aan het doen, Frits?’’, informeer ik. “Het lijkt wel of je een porseleinen theeservies inspecteert.’’ Ik zie het meteen aan zijn naar binnen gekeerde blik: problemen. ‘’Instructies van thuis, vorige keer bleken alle crackers gebroken.’’ Zijn blik dwaalt af naar zijn omvangrijke boodschappenlijstje, geschreven in een keurig vrouwenhandschrift. Intussen is ook Hendrik bij ons komen staan. Bijna elke zaterdag komen we elkaar rond het middaguur tegen in de Albert Heijn. “Problemen met de lijstjes, mannen?’’, schat hij verkeerd in. Frits legt hem het incident met de gebroken crackers uit. Gebogen over onze karretjes laten we de ellendige situatie op ons inwerken. ‘’Ik word er ook zo autistisch van’’, vervolgt Frits. ‘’Ik hou mij altijd precies aan het lijstje”. Ik knik en vraag wat zij doen als er iets niet te krijgen is wat wél op het lijstje staat. Dan wordt er eigen initiatief van ons verwacht door een alternatief aan te schaffen. Alle drie geven we ruiterlijk toe daar niet toe in staat te zijn. Geen eigen initiatief, dan maar met een niet complete voorraad op huis aan.

‘’Behalve bier’’, roept Hendrik net iets te hard. ‘’Dan toon je wel initiatief. Daar kun je wel op komen, terwijl het niet op het lijstje staat”, bootst hij in een bitsige vrouwenstem na. Lachend herkennen we allemaal dit verwijt, ons meteen daarna realiserend hoe gelijk onze vrouwen daarin hebben. Zo staan we even schuldbewust te kijken in onze winkelkarretjes.

Ik heb de neiging om drie flesjes uit mijn kratje bier (aanbieding!) te pakken, deze open te ploppen op het handvat en ze uit te delen. Alsof het vanzelfsprekend is, pakken Frits en Hendrik de flesjes aan en nemen een eerste ferme slok. Lauw! Maar het beurt ons toch een beetje op. Van het een komt het ander en binnen de kortste bier zijn we aan ons derde flesje begonnen en heeft een van ons ook de krentenbollen vast aangebroken. Maar ik doe het niet.

“Weten jullie waar de citroensap te vinden is? Mijn lijstje staat niet in volgorde van de looproute.” Ook een gedeelde ergernis. Mannen kunnen nu eenmaal slecht zoeken en ik heb ook wel eens aangeboden om van lijstje te wisselen. Voor iemand anders zoeken, is altijd een stuk gemakkelijker. ‘’Citroensap staat bij de blikgroenten,’’ weet ik hem te helpen. Zijn vrouw had hem nog verzekerd dat het in de gang bij de mosterd staat. ‘’Nee joh,’’ help ik hem en bevestig nogmaals zelfverzekerd de gang met de blikgroenten als vindplaats. Zo gaan we iets opgebeurd weer uit elkaar op weg naar de kassa, op weg naar huis, op weg naar ons kritische thuisfront.

Opeens realiseer ik mij dat ik gisteravond de mosterdpot heb leeg geschraapt met restjes oude kaas en loop nog even door de sauzengang om dit nog spontaan mee te pikken. Trots op dit eigen initiatief zoek ik naar mijn favoriete mosterd en zie het ineens staan. Naast dat enorme aanbod aan mosterdpotten. Een schap apart. Met daarin gele plastic flesjes citroensap.

Hendrik is nergens meer te bekennen…
 

Comments

Herkenbaar.

dacht dat ik de enige was ...

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.